Close Encounters 19. Jan Wintein

Small is beautiful.

 

Pawel Crosley was een typische selfmade-man die een aardig fortuin bijeen had gespaard onder meer dankzij zijn activiteiten in de radiobranche. Zijn grootste droom was een kleine luchtgekoelde auto voor de massa te bouwen. In 1939 bracht hij een mini-auto op de markt die was uitgerust met een tweecilinder motor en een licht koetswerk. In 1940 kwamen daar nog een bestelwagen en een station wagon bij en het jaar erna werd het gamma nog eens uitgebreid. Vanaf 1946 bood Crosley een gamma van kleine vrachtwagens aan met een watergekoelde motor, waaronder een klein formaat brandweerwagen die kon worden ingezet op fabrieksterreinen. De compacte en handige Crosley-modellen vonden vooral aftrek bij kleine kruideniers, bloemenhandelaars en vaklui voor allerlei reparaties. In 1952 werd de firma overgenomen door General Tire&Rubber, die echter besloot om de productie van kleine auto’s en bestelwagens stop te zetten en op 3 juli 1952 liep de laatste Crosley van de band in Marion, Indiana.

In de gloriedagen van het merk kwam Crosley op de proppen met een een uniek model : een klein formaat brandweervoertuig bestaande uit een trekker (een Crosley of Nash Metropolitan) en een zes meter lange aanhangwagen uitgerust met twee ladders, twee decoratieve brandspuiten, een alarmbel en een brandblusser. De ombouw werd toevertrouwd aan externe firma’s zoals Overland Amusement Company in Lexington en Fly&Hardwood in Memphis. Er zouden een honderdtal van deze brandweerwagentjes zijn gebouwd om als attractie te dienen in grote amusementsparken zoals Idora Park in Ohio en Whalom Park in Massachusetts. Op de aanhangwagen was er plaats voor twee rijen van telkens 15 kinderen die dan konden genieten van een ritje door het park terwijl hun ouders volop foto’s konden nemen.

Voor een echt Lilliput-autootje kan je terecht bij de Peel Engineering Company. De Peel P50 staat in het Guinness Book of World Records 2010 vermeld als de kleinste auto ter wereld met een lengte van amper 137 cm en een breedte van 99 cm. Dit driewielige stadswagentje bood plaats aan één inzittende en een boodschappentas. De enige deur bevond zich aan de linkerzijde en ook de rest van de uitrusting was minimaal : één koplamp en één ruitenwisser.
Het oorspronkelijke model werd aangedreven door een DKW ééncilindermotor van 49cc en had een manuele drieversnellingsbak. Wie achteruit wilde rijden, moest uitstappen en gebruik maken van het handvat op de achterzijde om het 59kg zware autootje achteruit te trekken. Als topsnelheid werd 60 km/u aangegeven.  In 1963 werd voor een promotiestunt een Peel P50 met de lift naar de top van de Blackpool Tower gebracht om er vervolgens een aantal rondjes op het panoramaterras mee te rijden ! In 2007 zorgde Jeremy Clarkson ook voor een memorabele aflevering van Top Gear door met een blauwe Peel rond te rijden in het BBC-gebouw. De eerste reeks werd geproduceerd tussen 1962 en 1965 en pas in 2011 hernam de firma de productie met een lichtjes gewijzigde uitvoering uitgerust met een benzinemotor of elektrische motor.

Twee jaar geleden konden de bezoekers aan de Rétromobile-tentoonstelling in Parijs zich vergapen aan een opvallende driedeurs R4. Jean Bertin was een bijzonder bekwame luchtvaartingenieur die na een carrière bij SNECMA, een Franse fabrikant van vliegtuigmotoren, een eigen ingenieursbureau oprichtte in 1955. Samen met zijn collega’s richtte hij zijn aandacht op de problemen die werden veroorzaakt door de alsmaar toenemende verkeersdrukte en luchtverontreiniging in stedelijke gebieden.  Halfweg de jaren 1960 ontwikkelde ingenieur Jean Simonnet, een collega van Bertin, een kortere versie van de populaire R4. Tussen de A- en C-stijl werd de auto ingekort met 74 centimeter, waardoor de wielbasis kromp van 2,40 m naar 1,66 m.  Alleen de achterbank werd behouden en dus was er maar plaats voor twee inzittenden, maar de volledige bagageruimte bleef ongewijzigd. De auto werd na zijn presentatie regelmatig gebruikt door personeelsleden van Bertin’s bureau en ook door een medewerker van de toenmalige Franse minister van milieu. In 1973 ging de auto over in handen van een stichting en werd hij, ontdaan van alle techniek, weggezet in een opslagruimte. In 1984 verwierf het Automuseum van Mulhouse de R4 Bertin, of beter gezegd wat er nog van overbleef, en daarna bleef de auto meer dan twintig jaar lang verborgen, tot hij in 2007 toevallig door een journalist werd ontdekt. Na een volledige restauratie in 2011 met de hulp van Renault Classic en het Bugatti Lyceum is de voor zijn tijd baanbrekende Renault R4 Bertin nu opnieuw rijvaardig.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *